AAN DEGENEN DIE ANDEREN AANROEPEN NAAST ALLAH

AAN DEGENEN DIE ANDEREN AANROEPEN NAAST ALLAH

Wij zeggen tegen de mensen die anderen naast Allah aanroepen om moeilijkheden voor hen te verwijderen en hun wensen te vervullen:

Degenen die jullie buiten Allah aanroepen, hebben geen macht om voor zichzelf nut te verwerven of schade af te weren.

Zonder twijfel geloven wij en weten wij met zekerheid dat niemand een hoger aanzien heeft bij Allah dan Zijn Profeten en Boodschappers.
En dat Mohammed ﷺ de meester en het zegel van de Profeten en Boodschappers is en dat hij de Vriend van de Barmhartige is.
Wij twijfelen hier absoluut niet aan.

Maar luister wat Allah Zijn Profeet ﷺ desondanks opdroeg om te zeggen:

قُلْ لَا أَقُولُ لَكُمْ عِنْدِي خَزَائِنُ اللَّهِ
وَلَا أَعْلَمُ الْغَيْبَ
وَلَا أَقُولُ لَكُمْ إِنِّي مَلَكٌ

‘Zeg: ik zeg jullie niet dat ik de schatten van Allah bezit.
Noch heb ik kennis van het onwaarneembare.
Noch zeg ik jullie dat ik een Engel ben.’
[Soerat al-An’aam 6:50]

قُلْ لَا أَمْلِكُ لِنَفْسِي نَفْعًا وَلَا ضَرًّا إِلَّا مَا شَاءَ اللَّهُ ۚ
وَلَوْ كُنْتُ أَعْلَمُ الْغَيْبَ لَاسْتَكْثَرْتُ مِنَ الْخَيْرِ وَمَا مَسَّنِيَ السُّوءُ ۚ

‘Zeg: ik heb geen macht om voor mijzelf nut te verwerven of schade af te weren, behalve wat Allah wil.
Als ik kennis zou hebben van het onwaarneembare, dan had ik zeker het goede vermeerderd en dan zou geen kwaad mij treffen.’
[Soerat al-A’raaf 7:188]

قُلْ إِنِّي لا أَمْلِكُ لَكُمْ ضَرًّا وَلا رَشَدًا
قُلْ إِنِّي لَن يُجِيرَنِي مِنَ اللَّهِ أَحَدٌ وَلَنْ أَجِدَ مِن دُونِهِ مُلْتَحَدًا

‘Zeg: ik heb geen macht om voor jullie schade af te weren of jullie leiding te schenken.
Zeg: zeker, niemand zou mij ooit tegen Allah kunnen beschermen en ik zal nooit buiten Hem een toevluchtsoord vinden.’
[Soerat al-Djinn 72:21-22]

Bron: Al-Ikhlaas van Imam Ibn ‘Oethaymien